CURSUSSEN VOOR VOLWASSENEN CURSUSSEN VOOR KINDEREN LEZINGEN RONDLEIDINGEN REIZEN SCHOOLPROJECTEN PUBLICATIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
HUISVESTING
Het traditionele ‘woonhuis’ van de Ababda is de zogenaamde beet boersj. Dit is een ‘doosvormige’ hut gemaakt van matten (boeroesj) en geweven kleden (sjamla), die met houten pennen aan elkaar worden vastgemaakt en over een houten frame getrokken worden. Dit frame bestaat uit gevorkte boomtakken en gekromde wortelstokken, die respectievelijk als staanders en als dakspanten dienst doen. Het houten skelet wordt aan elkaar gebonden met touw, gevlochten van wol en geitenhaar. De geweven kleden van de hut zorgen voor een winddichte binnenlaag, terwijl de matten, gevlochten van doompalmblad, voor een zondichte buitenlaag zorgen.
De opening van het mattenhuis staat naar het oosten en vangt zo de eerste zon, terwijl de bewoners tevens beschermd zijn tegen de wind die meestal uit het noorden komt. Op de grond van bijna iedere beet boersj ligt een aantal kleurige kleden (hemel) om op te zitten of te slapen. Alle huisraad hangt verpakt in leren zakken of plastic weekendtassen, al dan niet met behulp van speciale ‘hangers’, aan het dak.
In verband met de nomadische levensstijl van de Ababda moest het huis (en alle huisraad)
oorspronkelijk op een kameel passen (en tegenwoordig op een pick-
De inrichting van de nieuwe huizen is meestal heel eenvoudig. Over het algemeen is er weinig meubilair, afgezien van enkele matten en kleden op de vloer. Ter versiering van de wanden van de huizen wordt soms van snoeppapiertjes fraai ‘behang’ gemaakt. In veel gevallen wonen de Ababda echter niet in deze betonnen huizen, maar in eigen gemaakte onderkomens, zoals de traditionele beet boersj, op de binnenplaats van de woningen.